- taal
- nederlands
- locatieomschrijving
- Rheenen
- locationTextualValue
- Kuijlenborg
- onderwerpsomschrijving
- Jacob van Beek en Jan Pater zijn beiden kaagschippers, "behoorende onder het groot binnen en buitenlands vaardersgilde" en verklaren, ter requisitie van Cornelis Maas, "meede kaagschipper onder het bovengenoemde Gilde behoorende". Dat zij allen op de 17e november 1794 "hier ter steede (Amsterdam; nr GD) zijn geordonneerd en geprest geworden, omme met hunne kaagscheepen ten dienste van den Lande te moeten vaaren (immers naar luid de presbrief getekend door Jan Slicher en aan hem, affirmant ter hand gesteld) naar Rheenen en zich aldaar bij Commissarissen van de Engelsche Armee te adresseeren en voorts te worden geëmployeerd door den Dienst van den Lande zulks zoude vereisschen". Dat de schepen vervolgens, na beladen te zijn met hooi, door de Engelsen zijn geplunderd en in brand zijn gestoken en afgebrand.